Laboratorium Clinical Genomics

Myotone dystrofie type 1

Ziektebeeld Myotone dystrofie type 1

Myotone dystrofie type 1 (DM1), oftewel de Ziekte van Steinert, is een zeldzame, erfelijke spierziekte. Ongeveer één op de achtduizend mensen heeft last van deze aandoening. De kliniek van patiënten met DM1 is zeer divers; variërend van de milde vorm met staar en lichte spierzwakte tot de congenitale (aangeboren) vorm met algehele spierslapte. Er is geen genezing voor DM1. De behandeling is er op gericht op een goede begeleiding, en het voorkomen van sommige complicaties, bijvoorbeeld van het hart. Op basis van de leeftijd waarop de ziekte zich openbaart en de aard van de verschijnselen kan DM1 in vier vormen worden ingedeeld. Deze vormen zijn: de milde vorm, de klassieke vorm, de kindervorm en de congenitale vorm (1).

DM1 erft autosomaal dominant over. Dit betekent dat als één van de ouders de ziekte heeft, elk kind 50% kans heeft op de aandoening. Opvallend is dat binnen een familie de ziekteverschijnselen in een volgende generatie eerder beginnen en meestal ernstiger zijn. Dit noemt men anticipatie. DM1 wordt veroorzaakt door een fout in het DMPK-gen. DMPK staat voor Dystrophia Myotonica Protein Kinase. In het DMPK-gen komen de DNA-bouwstenen CTG een aantal keer achter elkaar voor (CTG-repeat). Bij mensen zonder de ziekte varieert het aantal tussen 5 en 34x (1). Bij mensen met DM1 varieert het aantal tussen de 40 en enkele duizenden. In het algemeen geldt dat een toename van het aantal CTG-repeats gepaard gaat met een ernstiger vorm van de ziekte.

DM1 komt evenveel voor bij mannen als bij vrouwen. We zien echter verschillen wanneer de ziekte wordt doorgegeven door een man of een vrouw. Als een man met een CTG-repeat deze doorgeeft aan zijn kind, neemt de CTG-repeat met 50 tot 200x toe (2). Vaak leidt dit bij deze kinderen tot een volwassen of kindervorm van DM1. Als een vrouw de CTG-repeat doorgeeft aan haar kind, neemt de CTG-repeat met 50 tot meer dan 1000x toe (2). Bij een toename groter of gelijk aan 1000x is de kans groot dat dit leidt tot de congenitale vorm van DM1.

Als DM1 is vastgesteld binnen een familie kunnen andere familieleden zich genetisch laten testen op de aanleg voor DM1. Dit geldt ook voor familieleden die geen klachten hebben (de persoon moet in principe ouder zijn dan 18 jaar). Tijdens een zwangerschap kan onderzoek worden verricht naar het aantal CTG-repeats bij het kind. Bij dit onderzoek (prenatale diagnostiek) wordt het materiaal van de foetus via een vlokkentest of vruchtwaterpunctie verkregen.

Aanvraagformulier Screening van de CTG-repeat in het DMPK-gen

Met behulp van DNA-onderzoek in het bloed, chorionvlokken of vruchtwater kan vastgesteld worden of iemand een afwijkende CTG-repeat heeft in het DMPK-gen. Voor de aanvraag van dit onderzoek kunt u gebruik maken van ons aanvraagformulier.

Referenties

  1. Bird. Myotonic Dystrophy Type 1. Genereviews.
  2. Martorell et al. Prenatal diagnosis in myotonic dystrophy type 1. Thirteen years of experience: implications for reproductive counselling in DM1 families. Prenat. Diagn. 2007, 27(1):68-72.